Grenzeloos Ondernemen Stimuleren
Project
Ruimte in Vlaanderen is schaars. Heel wat gemeenten ondervinden een nijpend tekort aan oppervlakte waar (lokale) ondernemers terecht kunnen om zich te vestigen, te herlokaliseren of uit te breiden. Interleuven merkt dat in onze regio de zoektocht naar een geschikte locatie voor bedrijvigheid geen gemakkelijke opdracht is. Daarom kiezen sommige gemeenten ervoor om geen ‘eigen’ bedrijventerrein te ontwikkelen, hoewel ze toch meer ruimte willen voorzien voor lokale economische activiteiten. In het kader van het actieplan ‘ondernemingsvriendelijke gemeente’ van het Agentschap voor Innoveren en Ondernemen werden meerdere inspirerende projecten rond het thema ‘bedrijfshuisvesting’ uitgewerkt, die inspelen op verschillende (lokale) aspecten.
Met dit project en het boek ‘Grenzeloos Ondernemen Stimuleren – een handleiding voor intergemeentelijke bedrijventerreinen’ reikt Interleuven de gemeenten elementen aan die de realisatie op het terrein kunnen bewerkstelligen.
Belangrijke voorwaarden
kenmerken
- Type: subsidieproject
- Partners: WVI
- Status: afgerond
- Projectperiode: 2014-2016
Verkoopprijzen
doelstellingen
Binnen het project gaan Interleuven en collega-intercommunale WVI (West-Vlaamse Intercommunale) op zoek naar de mogelijkheden en randvoorwaarden van een gemeentegrensoverschrijdende aanpak voor de realisatie van bedrijventerreinen.
Kandidaat stellen
resultaten
Het onderzoeksproject resulteerde in een stappenplan en twee praktische instrumenten die gemeenten helpen bij de realisatie van een intergemeentelijke bedrijventerrein: het ruimtelijk datamodel (geoloket) en het vereveningsmodel.
Klassiek delen we het ontwikkelingsproces van een bedrijventerrein op in vijf fasen: van de voorstudie over de planning en de realisatie, naar de uitgifte en uiteindelijk de opvolgingsfase. Niet voor elke gemeente is (de ontwikkeling van) een bedrijventerrein de ideale of de noodzakelijke oplossing. Daarom bevat onze handleiding voor een intergemeentelijk bedrijventerrein een aangepast stappenplan met een extra stap, namelijk de profilering. Het geeft ook aan dat – gedurende het proces – er een aantal formele momenten zijn, die de samenwerking tussen gemeenten steeds verder verankeren. Op basis van dit stappenplan kunnen gemeenten aan de slag voor de ontwikkeling van een intergemeentelijke bedrijventerrein. Niet ieder binnen zijn eigen gemeente, maar wel een intergemeentelijke samenwerking tot één bedrijventerrein.
Om de lokale besturen te ondersteunen, ontwikkelde Interleuven een ruimtelijk datamodel dat toelaat potentiële locaties voor de ontwikkeling van een intergemeentelijk bedrijventerrein te selecteren. Het ruimtelijk datamodel is opgebouwd uit een combinatie van uitsluitende criteria (-) en geschiktheidscriteria (+) op schaal van het arrondissement Leuven. De uitsluitende criteria sluiten gebieden uit waar ontwikkeling van een bedrijventerrein niet wenselijk is (grijze kleur). De geschiktheidscriteria geven aan de verschillende datalagen een bepaalde weging. De som van deze scores resulteert in een globaal overzicht van de gebieden waar de ontwikkeling van een bedrijventerrein binnen het arrondissement mogelijk is. Hoe donkerder rood een bepaalde zone, hoe hoger de score en hoe groter de kans dat dit gebied geschikt is voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein. In een volgende stap worden potentiële locaties geclusterd tot één groter terrein. Om de meest optimale locatie te bepalen, wordt een afweging van de verschillende clusters gemaakt aan de hand van verschillende criteria. Het gaat dan om niet-cartografisch opneembare parameters of data die moeilijk automatisch kunnen worden beoordeeld (bijvoorbeeld eigendomsstructuren).
Met het vereveningsmodel kunnen de financiële stromen en noodzakelijke afspraken bij het ontwikkelingsproces van bedrijventerreinen transparant worden weergegeven. Een bedrijventerrein wordt nog steeds gezien als een bron van inkomsten voor een gemeentelijke begroting. Het niet realiseren ervan wordt beschouwd als een aderlating.
Parallel aan het onderzoek van Interleuven onderzochten Westhoekoverleg en WVI de mogelijkheden van een financiële verevening indien gemeenten samen een ontwikkelingsproject opstarten. Naarmate het ontwikkelingsproces in de planningsfase vordert, krijgt men ook meer inzicht in de kosten en baten van een ontwikkeling. Met behulp van het vereveningsmodel kan de financiële discussie objectiever en transparanter worden gevoerd. Het model geef een overzicht van de mee te nemen kosten en baten, zodat een financiële verevening tussen de partners mogelijk wordt.
Enkele belangrijke bedenkingen:
- Vandaag komen gemeenten niet of amper tot het bestemmen (laat staan realiseren) van een lokaal bedrijventerrein. Dit gaat voor een intergemeentelijk terrein niet veranderen, integendeel. Gemeenten zijn bereid om intergemeentelijk te werken/te denken, maar gepaste incentives moeten worden voorzien om lokale besturen te ondersteunen en te stimuleren om een intergemeentelijke aanpak voor de ontwikkeling van een bedrijventerrein voorop te stellen.
- Het plangedeelte en de duur van de processen schrikken veel gemeenten af – er is een roep naar een aangepast (plannings)instrumentarium of een vereenvoudigde procedure.
Custom Labelled Veld 5
meer info
Wil je meer informatie? Neem dan contact met ons op.
documenten
- Ruimte voor bedrijvigheid - Agentschap Innoveren en Ondernemen
- Ruimtebehoeftepeiler - City D
- Handleiding intergemeentelijke bedrijventerreinen, ruimtelijk datamodel - Interleuven
- Intergemeentelijke bedrijventerreinen voor de Westhoek - WVI/Westhoekoverleg
- 25 jaar economisch beleid (LEWA) - Stad Zoutleeuw
- Workshop ruimtelijk datamodel - Interleuven
- Filmpje 'Ontwikkeling bedrijventerreinen in Oost-Brabant - nieuwe focus, intergemeentelijke aanpak'
- Interessante links
Custom Labelled Veld 6
partners
Dit project wordt gerealiseerd met de steun van: