• Home

Mobiliteit

Mobiliteitsstudie

Om de mogelijke mobiliteitseffecten van nieuwe plannen en projecten in te schatten, wordt meer en meer beroep gedaan op het instrument van een mobiliteitseffectenstudie. Met dit instrument worden verkeer- en vervoeraspecten tijdig en expliciet in de ruimtelijke planontwikkeling meegenomen.

Het doel van een mobiliteitseffectenstudie is na te gaan of het vervoerssysteem de extra mobiliteit die wordt gegenereerd, nog op kwalitatieve wijze kan verwerken. Daarnaast gaat een dergelijke studie na wat de impact van deze mobiliteit is op de verkeersveiligheid, de verkeersleefbaarheid en het milieu. Samengevat betekent dit dat een degelijk uitgevoerde mobiliteitsstudie nagaat in welke mate de ontwikkeling van nieuwe plannen en activiteiten bijdraagt tot een duurzame mobiliteit.

Mobiliteitstoets
De mobiliteitstoets is een beknopte nota die ook nuttig kan zijn bij projecten met een eerder beperkte mobiliteitsimpact Het is vooral een kwalitatief instrument.

Mobiliteitseffectenrapport (MOBER)
Het mobiliteitseffectenrapport (MOBER) is geschikt voor plannen en projecten met een belangrijke mobiliteitsimpact. Een MOBER geeft inzicht in de verkeersimpact van het project/plan en formuleert een aantal conclusies en aanbevelingen.

Regionet Leuven

Vlaams minister Joke Schauvliege trekt 300.000 euro uit voor het project Regionet Leuven. Met dit project willen de provincie Vlaams-Brabant, de stad Leuven en Interleuven de inplanting van nieuwe woningen, werklocaties en voorzieningen beter afstemmen op het openbaar vervoer- en fietsnetwerk. Het strategisch project ‘Regionet Leuven’ heeft tot doel een modal shift in de vervoersregio Leuven te bewerkstelligen.

Lees meer

Parkeeronderzoek

Elke gemeente is gebaat bij een goed parkeerbeleid. Een parkeeronderzoek geeft inzicht in het parkeergebeuren binnen (een deel van) uw gemeente en reikt oplossingen aan voor een doelgerichter parkeerbeleid. Dergelijk onderzoek start altijd met een parkeerstudie. Deze kan afhankelijk van het doel uit verschillende deelstudies bestaan.

Een onderzoek naar de parkeercapaciteit brengt het aanbod in kaart. Een parkeerbezettingsonderzoek geeft inzicht in het effectieve gebruik van de plaatsen. Een parkeerduurbezetting geeft inzicht in de gebruiksduur en de frequentie van gebruik van de voorzieningen. Afhankelijk van de problematieken in de gemeente kunnen ook specifieke parkeeronderzoeken gebeuren, bijvoorbeeld fietsparkeren, nachtparkeren van vrachtwagens of parkeren in schoolomgevingen.

Het parkeeronderzoek resulteert steeds in concrete maatregelen die uw gewenst parkeerbeleid vorm geven.

Trage wegen - fietsroutenetwerk

Elke gemeente heeft tal van trage wegen. Deze wegen zijn vaak honderd(en) jaren geleden ontstaan en vertellen dus iets over de geschiedenis van de gemeente. Sommige worden frequent gebruikt, andere zijn in onbruik geraakt omdat ze niet werden onderhouden of omdat ze werden ingenomen voor privaat gebruik.

Trage wegen zijn vandaag vaak te weinig gekend en daardoor onbemind. Nochtans vormen ze een ideaal netwerk voor voetgangers en fietsers om zich functioneel én recreatief op een veilige en aangename manier te verplaatsen. Voor de schoolgaande jeugd bijvoorbeeld vormen trage wegen een verkeersveilig alternatief. De trage wegen vormen ook een ideaal recreatief aanbod dicht bij huis. Een goed uitgebouwd trage wegen netwerk, dat bovendien ook aantakt op het functioneel en recreatief wandel- en fietsroutenetwerk, vormt een belangrijke troef voor de gemeente/stad.

Zijn er in uw gemeente ‘verdwenen’ trage wegen die u opnieuw publiek wil openstellen? Bent u op zoek naar alternatieve veilige routes naar school voor voetgangers en fietsers? Wilt u bestaande fietspaden verbeteren of nieuwe aanleggen en komt u hiervoor misschien wel in aanmerking voor subsidies? Of zijn er een aantal missing links die u wel zou willen oplossen? 

Onderzoek naar het versterken van het trage wegen netwerk en/of het functioneel en recreatief fietsroutenetwerk stemt onze dienst ruimtelijke ordening altijd af op de specifieke noden van de gemeente. Afhankelijk van de doelstellingen wordt bepaald welk onderzoek en/of plannen best worden opgemaakt.

Een goede inventaris vormt de basis van elk trage wegen plan. Aan de hand van geschreven bronnen en terreininventarisaties worden de knelpunten en kansen in de gemeente in kaart gebracht en met fiches gedocumenteerd. Deze inventaris fungeert als startpunt voor een duurzaam trage wegen beleid. Het plan is niet alleen de aanzet voor een concreet gemeentelijk actieprogramma, maar vormt tevens een inspiratiebron voor bewoners en andere actoren.

Vanuit de inventaris en het actieprogramma wordt bepaald waar verder onderzoek gewenst is of welke plannen moeten worden opgemaakt. Voorbeelden zijn de opmaak van een trage wegen routeplan naar de schoolomgevingen (incl. onderzoek naar subsidiemogelijkheden) of het opstellen van een subsidiedossier voor de (her)aanleg van onveilige fietspaden.

Mobiliteitsplan - sneltoets

Steden en gemeenten hebben vaak te kampen met problemen van verkeersonveiligheid en onleefbaarheid, doortochtenproblematiek, sluipverkeer door verblijfsstraten, parkeerproblemen, gebrek aan vlotte, veilige en aangename fiets- en voetgangersverbindingen, gebrekkig aanbod openbaar vervoer, onveilige verkeerssituaties aan de schoolpoorten, drukke centrumstraten, zwakke ontsluiting van voorzieningen, …

Biedt uw gemeentelijk mobiliteitsplan nog een voldoende actueel inzicht in de mobiliteitsbehoeften en –problemen voor de verschillende deelfacetten (parkeren, verkeersveiligheid, trage wegen, fietsen, vrachtverkeer, …) en wordt het nog gedragen door alle betrokken actoren?

Aan de hand van de sneltoets kan de relevantie van uw beleidsplan op een vlotte manier officieel worden getoetst.

Het mobiliteitsplan vormt voor de gemeente een kader waarmee ze haar beleid kan duiden, communiceren en verdedigen naar de bevolking. Met een duidelijk actieprogramma geeft de gemeente aan wanneer en wie welke acties zal ondernemen om dit beleid concreet vorm te geven.

De dienst ruimtelijke ordening werkte de voorbije jaren onder meer aan de mobiliteitsplannen van Tremelo en Geetbets.