DienstenAdviesverlening & begeleidingMilieuMP
  ZOEK



Werking milieudienst

Het milieugebeuren is in volle expansie. Steeds nieuwe milieuproblematieken worden doorgeschoven naar de gemeenten zoals het opstellen van energieprestatiecertificaten (EPC), de watertoets, …

De intergemeentelijke milieudienst reikt de gemeenten/steden een helpende hand om deze problemen aan te pakken en op te lossen. Hieronder volgt een overzicht van de diensten die de milieudienst aanbiedt. Aangezien het takenpakket van de milieudienst ontzettend uitgebreid is, is onderstaand overzicht niet volledig.

 

De intergemeentelijke milieudienst kan voor de gemeenten een milieubeleidsplan opmaken conform de bepalingen van de samenwerkingsovereenkomst ‘Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling’ en de wetgeving betreffende milieubeleidsplanning.

De gemeente/stad kan meldingsformulieren en milieuvergunningsaanvragen voor klasse 1 en 2-inrichtingen overmaken aan de intergemeentelijke milieudienst voor advies.

Ook gemeentelijke inrichtingen kunnen meldings- of vergunningsplichtig zijn. Op vraag van de gemeente kan de intergemeentelijke milieudienst de desbetreffende inrichting doorlichten en de opmaak van het meldings- of vergunningsaanvraagdossier verzorgen.

De intergemeentelijke milieudienst verleent ook ondersteuning op het vlak van controle en toezicht van hinderlijke inrichtingen naar aanleiding van een calamiteit of klacht. Dergelijke ondersteuning houdt meestal een plaatsbezoek aan de desbetreffende inrichtingen in, al dan niet samen met de milieuambtenaar of de politie.

De intergemeentelijke milieudienst beschikt over een geluidsmeter, conform de milieuwetgeving en gekeurd en gekalibreerd. De gemeenten kunnen hierop een beroep doen indien de milieuambtenaar een bekwaamheidsattest heeft. Op vraag van de gemeente kan de intergemeentelijke milieudienst ook zelf geluidsmetingen uitvoeren. De resultaten worden verwerkt in een rapport waarin aanbevelingen worden gedaan ter voorkoming of beperking van mogelijke geluidsoverlast.

Aan de gemeenten/steden wordt de mogelijkheid geboden om de waterkwaliteit in de diverse kleine waterlopen te laten onderzoeken, zowel chemisch als biologisch. Van elke analyse wordt een uitgebreid rapport opgemaakt en wordt de waterkwaliteit cartografisch (via GIS) weergegeven.

Bij een goede werking van een kleinschalige waterzuivering of individuele behandelingsinstallatie voor huishoudelijk afvalwater (IBA), zoals bedoeld in Vlarem II, kan de eigenaar van de woning een vrijstelling van de heffing op waterverontreiniging bekomen. Een controle van de IBA dient te gebeuren om na te gaan of de zuiveringsinstallatie, zowel wat betreft constructie als werking, voldoet aan de voorwaarden van Vlarem II en de code van goede praktijk. Deze controle kan door iemand van de intergemeentelijke milieudienst uitgevoerd worden. Ter plaatse wordt een staal van het gezuiverde huishoudelijk afvalwater genomen en vervolgens in het labo van Interleuven geanalyseerd. Voldoet de IBA aan de Vlaamse milieuwetgeving, dan wordt een attest van de burgemeester overgemaakt aan de milieudienst van de opdracht gevende gemeente. Het attest, ondertekend door de burgemeester, wordt vervolgens bezorgd aan de eigenaar van de IBA die op zijn/haar beurt de vrijstelling van de heffing op de waterverontreiniging bij de VMM kan aanvragen. Voldoet de IBA niet, dan wordt een verslag met uitleg over eventuele knelpunten aan de gemeentelijke milieudienst overgemaakt.

Ook wanneer er een gemeentelijk subsidiereglement inzake IBA’s van kracht is, kan een bestuur beroep doen op de milieudienst van Interleuven om te controleren of de IBA geïnstalleerd is en werkt volgens de bepalingen van de Vlaamse milieuwetgeving. Om een goed beeld te krijgen over de effectieve werking van de IBA wordt geadviseerd de controle te laten uitvoeren minstens drie maand na ingebruikname van de waterzuiveringsinstallatie.

Dit project houdt de effectieve begeleiding in van particulieren betreffende ontdubbeling en aansluiting van afvalwater en hemelwater op privaat terrein. Met de gemeente wordt een plan van aanpak opgemaakt, dat kan verschillen van situatie tot situatie. Meestal wordt een groep woningen, bijvoorbeeld gelegen in een wijk of straat, uitgekozen en dit in het kader van geplande rioleringswerken. 

De gemeenten hebben een belangrijke verantwoordelijkheid betreffende het onderhoud van beken en grachten. Het is noodzakelijk om een duidelijk beeld te krijgen welke waterlopen dienen onderhouden te worden en wat er moet gebeuren met het slib. Hierbij wordt rekening gehouden met milieu- en natuuroverwegingen maar ook met het financiële aspect. Bij de opmaak van een beken- en slibruimingsplan, een onderdeel van een integraal waterbeheersplan, kan de gemeente worden geadviseerd.
 

In het kader van het VLAREA (Vlaams Reglement voor Afvalvoorkoming- en beheer) en het bodemdecreet mag het ruimingslib niet zo maar op de bodem of op de oever worden uitgespreid. Daarom moeten stalen van het slib genomen worden op weloverwogen plaatsen. Die staalnames worden dan geanalyseerd door een erkend labo (= vooronderzoek). Om telkens ad hoc een dergelijk vooronderzoek uit te voeren (of te laten uitvoeren) kan de procedure te omslachtig zijn (zoeken naar studiebureau, zoeken naar erkend labo, indienen aanbesteding, …).
Daarom biedt Interleuven een dergelijk onderzoek aan vóór de slibruiming. Dat biedt de gemeente de mogelijkheid om op een vlotte en snelle wijze de vereiste opdracht te realiseren. Bij positieve analyseresultaten kan er overgegaan worden tot de effectieve slibruiming.

Begin 2009 organiseerde de intergemeentelijke milieudienst een prijsvraag inzake het ruimen van beken op basis van een raamovereenkomst. Na het zorgvuldig nakijken van de ingediende voorstellen, werd de firma ETH sprl uit Jodoigne weerhouden. Gemeenten, die beslissen om deel te nemen aan deze gezamenlijke prijsvraag, kunnen de volgende 2 jaar gebruik maken van deze aannemer om hun beken en grachten te laten ruimen tegen een gunstige prijs. De voorwaarden, opgenomen in het bestek, garanderen daarbij een kwaliteitsvolle uitvoering en een strikte opvolging van de wettelijke bepalingen. Uit ervaring weten we dat deze aannemer ook veel rekening houdt met de plaatselijke omstandigheden en aangelanden bij het ruimen van de beken.

De gemeente/stad kan de opdracht geven een infiltratiekaart op te maken waarop de infiltratiegevoelige bodems van het grondgebied worden weergegeven.

De intergemeentelijke milieudienst heeft via een prijsvraag de firma Rimeco Milieu aangesteld om Interleuven te begeleiden bij al de onderzoeken betreffende bodem. Dit omvat o.a. de opmaak van oriënterende en beschrijvende bodemonderzoeken en saneringsplannen, de opmaak van technische verslagen in het kader van grondverzet, de analyses van grond, bodem en slib (met de uitvoering van de slibanalyses).

In het kader van het VLAREA en bodemdecreet (grondverzet) mag de uitgegraven grond niet zo maar ter plaatse of elders worden hergebruikt. De grond moet aan specifieke kwaliteitseisen voldoen. Om dit te kunnen garanderen dient een specifieke procedure (afhankelijk van hoeveelheid en aard grond) gevolgd te worden waaruit blijkt dat de betreffende grond voor het gewenste hergebruik (aard en locatie) geschikt is.

De intergemeentelijke milieudienst beschikt over een erkende energiedeskundige type C publieke gebouwen. De gemeente kan dus een energieprestatiecertificaat (EPC) publieke gebouwen laten opmaken door Interleuven voor de publieke gemeentelijke gebouwen voor zover ze zelf geen interne energiedeskundige aanstelt. De gemeente dient sinds 2009 voor alle openbare gebouwen groter dan 1000 m² over een EPC te beschikken. Vanaf 1 januari 2013 is dat ook verplicht voor alle publieke gebouwen groter dan 500 m².

TOP

 

 



Werking milieudienst

Het milieugebeuren is in volle expansie. Steeds nieuwe milieuproblematieken worden doorgeschoven naar de gemeenten zoals het opstellen van energieprestatiecertificaten (EPC), de watertoets, …

De intergemeentelijke milieudienst reikt de gemeenten/steden een helpende hand om deze problemen aan te pakken en op te lossen. Hieronder volgt een overzicht van de diensten die de milieudienst aanbiedt. Aangezien het takenpakket van de milieudienst ontzettend uitgebreid is, is onderstaand overzicht niet volledig.

 

De intergemeentelijke milieudienst kan voor de gemeenten een milieubeleidsplan opmaken conform de bepalingen van de samenwerkingsovereenkomst ‘Milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling’ en de wetgeving betreffende milieubeleidsplanning.

De gemeente/stad kan meldingsformulieren en milieuvergunningsaanvragen voor klasse 1 en 2-inrichtingen overmaken aan de intergemeentelijke milieudienst voor advies.

Ook gemeentelijke inrichtingen kunnen meldings- of vergunningsplichtig zijn. Op vraag van de gemeente kan de intergemeentelijke milieudienst de desbetreffende inrichting doorlichten en de opmaak van het meldings- of vergunningsaanvraagdossier verzorgen.

De intergemeentelijke milieudienst verleent ook ondersteuning op het vlak van controle en toezicht van hinderlijke inrichtingen naar aanleiding van een calamiteit of klacht. Dergelijke ondersteuning houdt meestal een plaatsbezoek aan de desbetreffende inrichtingen in, al dan niet samen met de milieuambtenaar of de politie.

De intergemeentelijke milieudienst beschikt over een geluidsmeter, conform de milieuwetgeving en gekeurd en gekalibreerd. De gemeenten kunnen hierop een beroep doen indien de milieuambtenaar een bekwaamheidsattest heeft. Op vraag van de gemeente kan de intergemeentelijke milieudienst ook zelf geluidsmetingen uitvoeren. De resultaten worden verwerkt in een rapport waarin aanbevelingen worden gedaan ter voorkoming of beperking van mogelijke geluidsoverlast.

Aan de gemeenten/steden wordt de mogelijkheid geboden om de waterkwaliteit in de diverse kleine waterlopen te laten onderzoeken, zowel chemisch als biologisch. Van elke analyse wordt een uitgebreid rapport opgemaakt en wordt de waterkwaliteit cartografisch (via GIS) weergegeven.

Bij een goede werking van een kleinschalige waterzuivering of individuele behandelingsinstallatie voor huishoudelijk afvalwater (IBA), zoals bedoeld in Vlarem II, kan de eigenaar van de woning een vrijstelling van de heffing op waterverontreiniging bekomen. Een controle van de IBA dient te gebeuren om na te gaan of de zuiveringsinstallatie, zowel wat betreft constructie als werking, voldoet aan de voorwaarden van Vlarem II en de code van goede praktijk. Deze controle kan door iemand van de intergemeentelijke milieudienst uitgevoerd worden. Ter plaatse wordt een staal van het gezuiverde huishoudelijk afvalwater genomen en vervolgens in het labo van Interleuven geanalyseerd. Voldoet de IBA aan de Vlaamse milieuwetgeving, dan wordt een attest van de burgemeester overgemaakt aan de milieudienst van de opdracht gevende gemeente. Het attest, ondertekend door de burgemeester, wordt vervolgens bezorgd aan de eigenaar van de IBA die op zijn/haar beurt de vrijstelling van de heffing op de waterverontreiniging bij de VMM kan aanvragen. Voldoet de IBA niet, dan wordt een verslag met uitleg over eventuele knelpunten aan de gemeentelijke milieudienst overgemaakt.

Ook wanneer er een gemeentelijk subsidiereglement inzake IBA’s van kracht is, kan een bestuur beroep doen op de milieudienst van Interleuven om te controleren of de IBA geïnstalleerd is en werkt volgens de bepalingen van de Vlaamse milieuwetgeving. Om een goed beeld te krijgen over de effectieve werking van de IBA wordt geadviseerd de controle te laten uitvoeren minstens drie maand na ingebruikname van de waterzuiveringsinstallatie.

Dit project houdt de effectieve begeleiding in van particulieren betreffende ontdubbeling en aansluiting van afvalwater en hemelwater op privaat terrein. Met de gemeente wordt een plan van aanpak opgemaakt, dat kan verschillen van situatie tot situatie. Meestal wordt een groep woningen, bijvoorbeeld gelegen in een wijk of straat, uitgekozen en dit in het kader van geplande rioleringswerken. 

De gemeenten hebben een belangrijke verantwoordelijkheid betreffende het onderhoud van beken en grachten. Het is noodzakelijk om een duidelijk beeld te krijgen welke waterlopen dienen onderhouden te worden en wat er moet gebeuren met het slib. Hierbij wordt rekening gehouden met milieu- en natuuroverwegingen maar ook met het financiële aspect. Bij de opmaak van een beken- en slibruimingsplan, een onderdeel van een integraal waterbeheersplan, kan de gemeente worden geadviseerd.
 

In het kader van het VLAREA (Vlaams Reglement voor Afvalvoorkoming- en beheer) en het bodemdecreet mag het ruimingslib niet zo maar op de bodem of op de oever worden uitgespreid. Daarom moeten stalen van het slib genomen worden op weloverwogen plaatsen. Die staalnames worden dan geanalyseerd door een erkend labo (= vooronderzoek). Om telkens ad hoc een dergelijk vooronderzoek uit te voeren (of te laten uitvoeren) kan de procedure te omslachtig zijn (zoeken naar studiebureau, zoeken naar erkend labo, indienen aanbesteding, …).
Daarom biedt Interleuven een dergelijk onderzoek aan vóór de slibruiming. Dat biedt de gemeente de mogelijkheid om op een vlotte en snelle wijze de vereiste opdracht te realiseren. Bij positieve analyseresultaten kan er overgegaan worden tot de effectieve slibruiming.

Begin 2009 organiseerde de intergemeentelijke milieudienst een prijsvraag inzake het ruimen van beken op basis van een raamovereenkomst. Na het zorgvuldig nakijken van de ingediende voorstellen, werd de firma ETH sprl uit Jodoigne weerhouden. Gemeenten, die beslissen om deel te nemen aan deze gezamenlijke prijsvraag, kunnen de volgende 2 jaar gebruik maken van deze aannemer om hun beken en grachten te laten ruimen tegen een gunstige prijs. De voorwaarden, opgenomen in het bestek, garanderen daarbij een kwaliteitsvolle uitvoering en een strikte opvolging van de wettelijke bepalingen. Uit ervaring weten we dat deze aannemer ook veel rekening houdt met de plaatselijke omstandigheden en aangelanden bij het ruimen van de beken.

De gemeente/stad kan de opdracht geven een infiltratiekaart op te maken waarop de infiltratiegevoelige bodems van het grondgebied worden weergegeven.

De intergemeentelijke milieudienst heeft via een prijsvraag de firma Rimeco Milieu aangesteld om Interleuven te begeleiden bij al de onderzoeken betreffende bodem. Dit omvat o.a. de opmaak van oriënterende en beschrijvende bodemonderzoeken en saneringsplannen, de opmaak van technische verslagen in het kader van grondverzet, de analyses van grond, bodem en slib (met de uitvoering van de slibanalyses).

In het kader van het VLAREA en bodemdecreet (grondverzet) mag de uitgegraven grond niet zo maar ter plaatse of elders worden hergebruikt. De grond moet aan specifieke kwaliteitseisen voldoen. Om dit te kunnen garanderen dient een specifieke procedure (afhankelijk van hoeveelheid en aard grond) gevolgd te worden waaruit blijkt dat de betreffende grond voor het gewenste hergebruik (aard en locatie) geschikt is.

De intergemeentelijke milieudienst beschikt over een erkende energiedeskundige type C publieke gebouwen. De gemeente kan dus een energieprestatiecertificaat (EPC) publieke gebouwen laten opmaken door Interleuven voor de publieke gemeentelijke gebouwen voor zover ze zelf geen interne energiedeskundige aanstelt. De gemeente dient sinds 2009 voor alle openbare gebouwen groter dan 1000 m² over een EPC te beschikken. Vanaf 1 januari 2013 is dat ook verplicht voor alle publieke gebouwen groter dan 500 m².

TOP

 

 

 

  Copyright 2012 by Interleuven